Gespreksonderwerpen voor je tandem

Uitgepraat? Kies een onderwerp dat bij je niveau past. Alles werkt in beide talen – stel om de beurt vragen.

Beginners (A1–A2)

  • Stel jezelf voor: naam, woonplaats, familie, werk of studie.
  • Je dag: hoe laat sta je op, wat eet je, hoe ga je naar je werk?
  • Eten: je lievelingsgerecht – hoe maak je het klaar?
  • Je stad: drie plekken die je een bezoeker zou laten zien.
  • Hobby’s en weekends: wat heb je vorig weekend gedaan?
  • Winkelen: beschrijf wat je aanhebt, kleuren, prijzen.
  • Weer en seizoenen: welk seizoen vind je het leukst en waarom?

Gevorderd (B1–B2)

  • Reizen: je beste en je slechtste reis ooit.
  • Talen leren: wat vind je moeilijk, wat helpt?
  • Tradities: hoe worden verjaardagen, bruiloften of feestdagen gevierd waar jij vandaan komt?
  • Werk: je droombaan en waarom.
  • Films, series, boeken of muziek die je aanraadt – vertel het verhaal zonder het einde te verklappen.
  • Wonen in het buitenland: wat verraste je, wat mis je?
  • Uitdrukkingen en gezegdes: leg er een uit je eigen taal uit die je niet letterlijk kunt vertalen.

Ver gevorderd (C1–C2)

  • Een actueel nieuwsbericht – vat het samen en geef je mening.
  • Voor en tegen: stad of platteland, thuiswerken of op kantoor.
  • Humor: wat is grappig in jouw cultuur? Probeer een mop uit te leggen.
  • Taal en identiteit: voel je je anders als je een andere taal spreekt?
  • Minderheids- en streektalen: worden die gesproken waar jij woont?
  • Beschrijf een foto zo gedetailleerd mogelijk – je partner tekent hem na.

Spelletjes die goed werken

  • Twee waarheden en een leugen: vertel drie dingen over jezelf, je partner raadt welke gelogen is.
  • Taboe: leg een woord uit zonder het te noemen.
  • Rollenspel: bij de dokter, tijdens een sollicitatiegesprek, klagen in een restaurant.